Integrale psychiatrie is een wereldwijd groeiende beweging waarbij, kort samengevat, complementaire en alternatieve geneeswijzen
(CAG) in de reguliere psychiatrie worden geïntegreerd, op basis van wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid en effectiviteit.
CAG zijn aanvullende diagnostische methoden, behandelingen en/of preventieve maatregelen die aanvullend zijn aan de reguliere
geneeskunde, door bij te dragen aan een gemeenschappelijk geheel, door te voorzien in een behoefte waarin regulier niet voorziet,
of door verscheidenheid aan te brengen in de basisconcepten van de geneeskunde (Ernst ea, 1995).
Deze integrale aanpak in de geneeskunde wordt gestimuleerd door onder meer het Europees Parlement en de World Health Organisation
(EP, 1997; WHO, 2003 ) en wordt succesvol toegepast door een consortium van 39 medisch academische centra in Noord Amerika
(www.imconsortium.org).
In de psychiatrie is deze werkwijze inmiddels officieel met een werkgroep vertegenwoordigd in de American Psychiatric Association
(APA; www.apacam.org).
In de integrale psychiatrie gelden, net als in de reguliere psychiatrie, de principes van Evidence Based Medicine. Deze principes
impliceren: (a) zoeken naar de hoogst beschikbare wetenschappelijke evidentie voor de verschillende behandelopties; (b) de waarden,
voorkeuren en het referentiekader van de patiënt zijn richtinggevend, evenals; (c) de professionaliteit en ervaring van de therapeut
(zie: Sackett ea, 2000). Echter in de IP wordt (a) niet gelimiteerd tot regulier; ook complementaire én alternatieve geneeswijzen
worden betrokken. Daarnaast zijn er nog drie belangrijke elementen van IP:
- het herwaarderen en optimaliseren van de therapeutische relatie als centraal en essentieel onderdeel van elke behandeling
- het focus gericht op gezondheid en welzijn
- waarbij de gehele persoon wordt betrokken (biologische, psychologische, sociologische, ecologische en spirituele aspecten)
Voor een uitgebreide toelichting op deze manier van werken en voor een nadere uitwerking van Integrale Psychiatrie
verwijzen we de lezer graag naar recente (leer)boeken over het onderwerp (Lake, 2006; Lake en Spiegel, 2006).
Naast het feit dat integrale psychiatrie een wereldwijde beweging is en door het Europees Parlement en de WHO wordt gestimuleerd,
zijn er verschillende redenen om er serieus werk van te maken. In elk geval maken mensen in het algemeen en psychiatrische patiënten
in het bijzonder in toenemende mate gebruik van CAG; jaarlijks 30-70% van de bevolking (Eisenberg, Davis & Ettner, 1998; Knaudt,
Connor & Weisler, 1999; Bodeker & Kronenenberg, 2002; Hoenders et al., 2006).
Een vraaggerichte GGZ kan zich dus op z’n minst
afvragen of het de moeite waard is om CAG in het aanbod op te nemen. Daarbij speelt zeker een rol dat onze huidige samenleving
steeds meer een multicultureel karakter krijgt (Coulter & Willis, 2004 ). Traditioneel West Europese gewoontes zijn niet meer
vanzelfsprekend betekenisvol voor iedereen. Alleen daarom al doet de GGZ er goed aan zich op z’n minst open te stellen voor
andere behandelculturen en zienswijzen.
Ook geldt dat er steeds meer wetenschappelijke evidentie is voor sommige CAG. Vooral diverse kruiden, supplementen, sporten,
meditatie en acupunctuur hebben een bewezen positief effect op verschillende psychische klachten (Muskin, 2000; Manber, Schnyer,
Allen, Rush & Blasey, 2004; Cahn & Polich, 2006; Ernst, 2006; Hillifield, Sinclair-Lian, Warner & Hammerschlag, 2007). De vaak
gehoorde kritiek dat alle CAG niet wetenschappelijk bewezen zijn of dat de werkzaamheid uitsluitend op placebo gebaseerd is,
houdt dus geen stand.
Doordat er steeds meer onderzoek wordt gedaan naar de effectiviteit van CAG, wordt ook steeds duidelijker dat lang niet alle
CAG ongevaarlijk zijn. Dit is ook een argument voor de GGZ om zich er mee bezig te gaan houden. CAG kunnen bijwerkingen hebben
en interacteren met reguliere medicijnen (Ernst, 2003). Patiënten zijn steeds mondiger en lijken vaak goed op de hoogte van het
aanbod. Maar veel van die informatie komt van familie, vrienden, de lekenpers en internet.
De kans op positieve of negatieve
vooringenomenheid over deze informatie is bijzonder groot (Crone & Wise, 2000). Het is daarom belangrijk dat reguliere hulpverleners
open met hun patiënten communiceren over het gebruik van CAG en hen zo goed mogelijk informeren over de werking en eventuele
bijwerkingen.
Ten slotte zijn er aanwijzingen dat CAG tot kostenbesparing kunnen leiden (Sarnat & Winterstein, 2004). CAG zijn immers vaak gericht
op het zelfhelende vermogen van de patiënt, bijvoorbeeld door het veranderen van leefstijl, eet- en beweeggewoonten. Dit kan een
belangrijk argument zijn om CAG en regulier te integreren (Boon, Verhoef & O’Hara, 2004).
De integrale psychiatrie houdt rekening met het feit dat mensen verschillen, dat er meerdere wegen zijn die naar therapeutisch
en wetenschappelijk Rome leiden en pleit daarom voor pluriformiteit in de antwoorden op de veelzijdige vragen die de hedendaagse
samenleving de GGZ stelt. Bovendien getuigt een integraal psychiatrische attitude van respect voor de overtuiging van de patiënt
en andere culturen met hun vaak eeuwenoude tradities. Daar moet kritisch naar gekeken worden, want traditie is geen garantie
voor werkzaamheid en niet zonder meer overdraagbaar van de ene naar de andere context. Tegelijk moeten we beseffen dat onze
westerse geneeskunde ook sterk cultureel bepaald en aan verandering onderhevig is, en dus niet zonder meer aanspraak kan maken
op universele geldigheid.
Medewerkers van Lentis werken deze overtuiging uit in een Centrum voor Integrale Psychiatrie, waarbij patiëntenzorg,
wetenschappelijk onderzoek, informatievoorziening en opleiding hand in hand gaan (Centrum Integrale Psychiatrie van Lentis).