Workshops
Home » Congres 2010 » Workshops »
9. De focus van psychotherapie: klachten of krachten ?9.
De focus van psychotherapie: klachten of krachten ?


Mw. Dr. E.H. Bos is opgeleid als bioloog, filosoof en fietsenmaker, en is gepromoveerd op een onderzoek naar risicofactoren
voor depressie. Momenteel is zij werkzaam als senior onderzoeker bij Lentis, Centrum Integrale Psychiatrie en als postdoc onderzoeker
bij het UMC Groningen, Interdisciplinair Centrum Psychiatrische Epidemiologie. Zij werkt daarnaast als freelance docent voor
Cure & Care Development.
Mw. Dr. Laura Batstra is gepromoveerd psycholoog. Haar proefschrift handelde over de invloed van geboorteomstandigheden op latere mentale gezondheid. Zij heeft gewerkt bij de afdelingen medische psychologie en seksuologie van het UMC Groningen, en is sinds 4 jaar werkzaam in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Haar huidige werkzaamheden bestaan uit het begeleiden van (ouders van) kinderen met uitbundig gedrag, methodiekontwikkeling en onderzoek op dit gebied. . |
Het hebben van psychische klachten is vaak niet de belangrijkste reden om in therapie te gaan. Bepalend is vooral de mate
waarin klachten het welzijn van mensen aantasten. Er zijn ook veel mensen die prima functioneren ondanks de aanwezigheid van klachten.
Dit besef klinkt steeds meer door in de praktijk van psychotherapie. Daarom staat bij veel nieuwe therapieën (bijvoorbeeld die van de ‘derde-generatie gedragstherapie’) niet langer het bestrijden van psychische klachten centraal, maar het ontwikkelen van krachten. Daarmee wordt gedoeld op positieve, functionele en gezondheidsbevorderende factoren.
Dit kunnen bepaalde persoonlijke kwaliteiten of vaardigheden zijn of sociale hulpbronnen. In plaats van stil te staan bij de problemen en het disfunctioneren van de cliënt, wordt de aandacht bij deze nieuwe generatie therapie verplaatst naar wat wél goed gaat en welke factoren de draagkracht van de cliënt kunnen vergroten.
Deze trend naar een meer krachtgerichte benadering in de psychotherapie sluit aan bij de toenemende belangstelling in de onderzoeksliteratuur voor het concept ‘veerkracht’ (resilience). Veerkracht wordt wel gedefinieerd als ‘het proces of de mogelijkheid tot succesvolle aanpassing ondanks moeilijke of bedreigende omstandigheden’ (Masten, Best & Garmezy, 1990).
Op het gebied van de psychopathologie heeft lange tijd vooral de negatieve tegenhanger van veerkracht, namelijk ‘kwetsbaarheid’ (vulnerability), een hoofdrol gespeeld. Door onderzoek op het gebied van de ontwikkelingspsychologie en de traumaverwerking is echter het concept veerkracht steeds meer in de belangstelling gekomen. Veerkracht blijkt een opvallend gewoon verschijnsel. Het gros van de mensen dat onder moeilijke omstandigheden opgroeit of traumatische gebeurtenissen meemaakt, weet het hoofd boven water te houden en ontwikkelt géén psychopathologie.
In het meeste onderzoek naar veerkracht draait het om de vraag welke factoren ervoor zorgen dat mensen ondanks traumatische ervaringen of stressvolle omstandigheden toch geen klachten ontwikkelen. De vraag welke factoren bijdragen aan het handhaven of bevorderen van welzijn wanneer klachten er eenmaal zìjn, zoals in een psychotherapeutische setting, is minder goed onderzocht.
In welke mate zijn klachten respectievelijk krachten eigenlijk bepalend voor het welbevinden van mensen? Is het terecht om de focus van psychotherapie te verleggen van klachtreductie naar het versterken van krachtbronnen? Moeten psychische symptomen niet eerst verholpen worden voor men verder kan? En is het niet gewoon ook erg prettig om af en toe flink te mogen klagen?
Deze en andere zaken komen aan de orde in de workshop. Naast een theoretische beschouwing en een presentatie van eigen onderzoeksbevindingen krijgen de workshopdeelnemers een proefje van psychotherapeutische krachttraining. In de discussie worden de deelnemers uitgenodigd hun eigen ervaringen als hulpverlener of cliënt naar voren te brengen.
Dit besef klinkt steeds meer door in de praktijk van psychotherapie. Daarom staat bij veel nieuwe therapieën (bijvoorbeeld die van de ‘derde-generatie gedragstherapie’) niet langer het bestrijden van psychische klachten centraal, maar het ontwikkelen van krachten. Daarmee wordt gedoeld op positieve, functionele en gezondheidsbevorderende factoren.
Dit kunnen bepaalde persoonlijke kwaliteiten of vaardigheden zijn of sociale hulpbronnen. In plaats van stil te staan bij de problemen en het disfunctioneren van de cliënt, wordt de aandacht bij deze nieuwe generatie therapie verplaatst naar wat wél goed gaat en welke factoren de draagkracht van de cliënt kunnen vergroten.
Deze trend naar een meer krachtgerichte benadering in de psychotherapie sluit aan bij de toenemende belangstelling in de onderzoeksliteratuur voor het concept ‘veerkracht’ (resilience). Veerkracht wordt wel gedefinieerd als ‘het proces of de mogelijkheid tot succesvolle aanpassing ondanks moeilijke of bedreigende omstandigheden’ (Masten, Best & Garmezy, 1990).
Op het gebied van de psychopathologie heeft lange tijd vooral de negatieve tegenhanger van veerkracht, namelijk ‘kwetsbaarheid’ (vulnerability), een hoofdrol gespeeld. Door onderzoek op het gebied van de ontwikkelingspsychologie en de traumaverwerking is echter het concept veerkracht steeds meer in de belangstelling gekomen. Veerkracht blijkt een opvallend gewoon verschijnsel. Het gros van de mensen dat onder moeilijke omstandigheden opgroeit of traumatische gebeurtenissen meemaakt, weet het hoofd boven water te houden en ontwikkelt géén psychopathologie.
In het meeste onderzoek naar veerkracht draait het om de vraag welke factoren ervoor zorgen dat mensen ondanks traumatische ervaringen of stressvolle omstandigheden toch geen klachten ontwikkelen. De vraag welke factoren bijdragen aan het handhaven of bevorderen van welzijn wanneer klachten er eenmaal zìjn, zoals in een psychotherapeutische setting, is minder goed onderzocht.
In welke mate zijn klachten respectievelijk krachten eigenlijk bepalend voor het welbevinden van mensen? Is het terecht om de focus van psychotherapie te verleggen van klachtreductie naar het versterken van krachtbronnen? Moeten psychische symptomen niet eerst verholpen worden voor men verder kan? En is het niet gewoon ook erg prettig om af en toe flink te mogen klagen?
Deze en andere zaken komen aan de orde in de workshop. Naast een theoretische beschouwing en een presentatie van eigen onderzoeksbevindingen krijgen de workshopdeelnemers een proefje van psychotherapeutische krachttraining. In de discussie worden de deelnemers uitgenodigd hun eigen ervaringen als hulpverlener of cliënt naar voren te brengen.
