Wie zijn de kwakzalvers? Alleen de chiropractor en de natuurarts zijn geen kwakzalvers ... Men definieert kwakzalver immers als die behandelaars die niet bewezen interventies aanbieden.
Hoe scheiden we nu wel het kaf van het koren binnen de complementaire behandelvormen?.
Kaf van koren scheiden
Er zijn in Nederland beoefenaren van vele honderden verschillende niet-reguliere of complementaire behandelwijzen (alternatieve geneeskunde). De stromingen variëren van traditionele niet-westerse geneeswijzen tot allerlei vormen van bodymind werk, zoals neo-Reichiaans ademen, Feldenkrais etc. We ontwikkelden daarom een kwaliteitsindicator op basis van 5 klassen voor complementaire behandelwijzen.
De Klassen
-
Klasse V
Volledig onbetrouwbare interventies. Voor deze behandelingen bestaat geen enkel bewijs van de werkzaamheid en de veiligheid. In Pubmed zijn hooguit beschrijvingen en theoretische verhandelingen te vinden, maar geen oorspronkelijke artikelen en studies (Randomized Clinical Trials (RCT’s) in peer-reviewed tijdschriften. De beoefenaars van klasse V interventies stellen zich nooit toetsbaar op: rood stoplicht.
-
Klasse IV
Zeer twijfelachtige interventies, waarbij geen bewijs bestaat voor de werkzaamheid en de veiligheid, de theorie achter de behandeling lijkt exotisch, maar kan een kern van waarheid hebben. Er zijn enige indicaties dat de behandeling veilig is: rood-oranje.
-
Klasse III
Twijfelachtige interventies: er is enig bewijs voor de veiligheid en de werkzaamheid, maar onvoldoende om de behandeling geheel te steunen. De theorievorming lijkt consistent en sluit in het algemeen aan bij onze pathogenetische en etiologische inzichten. Meestal zijn er enkele kleine fase II studies gepubliceerd, die positief waren: oranje.
-
Klasse II
Mogelijk zinvolle interventies: er bestaat bewijs voor de veiligheid en er zijn duidelijke aanwijzingen voor werkzaamheid. De theorie achter de behandeling is consistent en de werking van de behandeling is door diverse onafhankelijke groepen aangetoond, meestal in fase II studies. De klasse II stromingen krijgen een oranje-groen stoplicht. Voorbeeld: L-acetylcarnitine of Q10 bij vermoeidheid, en –adenosyl-metionine (SAMe) bij depressies en omega-3 vetzuren bij diverse psychiatrische indicaties.
-
Klasse I
De interventie is plausibel en er is voldoende wetenschappelijk onderzoek verricht, om de behandeling veilig en effectief te noemen. Voorbeelden: acupunctuur bij diverse aandoeningen en Sint Janskruid bij milde depressies, of andere kruiden bij stress, zoals Valertiaan.
| * |
Bewijslast verkregen in RCT’s vormt nooit een absoluut bewijs. Immers, onderzoekspopulaties, die overeenkomen op een groot aantal aspecten, verschillen op vele andere aspecten. |
| * | Iedere therapie, regulier en complementair, kent een eigen niveau van bewijs. Het hier voorgestelde classificatiemodel geldt zowel voor de reguliere als complementaire zorg. |
Prof. Dr. Jan M. Keppel Hesselink, arts-farmacoloog en medisch bioloog
Hij werkte enkele jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. In die tijd promoveerde hij op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden. In 1994 publiceerde hij een boek over de geschiedenis van deze bijzondere stoornissen (Beelden in de Mist, Erasmus publishing, Rotterdam). Hij schreef ook meer dan honderd artikelen over neurologie, psychiatrie, farmacologie, acupunctuur en filosofie.
Vele jaren werkte hij als internationaal onderzoeksdirecteur en vice-president bij een groot geneesmiddelenconcern (Bayer) aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor psychiatrische aandoeningen zoals depressies, schizofrenie, angsten, en voor neurologische aandoeningen zoals het cerebrovasculair accident (beroerte), MS, polyneuropathie en hersenletsel.
Hij was directeur van een kennisinstelling (Licentec) en van het AIDS onderzoeksinstituut van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (IATEC) en adviseerde enkele jaren de KNAW op het gebied van wetenschapsmanagement. In 1996 werd hij benoemd als hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Daarnaast is hij consulent voor R&D in verband met geneesmiddelenontwikkeling en biotechnologie voor investeerders en universitaire kennisinstellingen. Hij werkt als coach en trainer voor executives.
Hij heeft diverse nevenfuncties, waaronder redacteur van een internationaal psychofarmacologisch tijdschrift en van Complementary Therapies in Medicine. Tevens is hij voorzitter van de wetenschapscommissie van de Nederlandse Artsen Acupuncturisten vereniging (NAAV). Hij is lid van de Commissie Complementaire Behandelvormen van ZonMW die het ministerie van WVC adviseert over onderzoek en onderwijs op dit gebied. Hij is docent aan het Interuniversitaire Comenius leergang.
Hij werkte enkele jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. In die tijd promoveerde hij op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden. In 1994 publiceerde hij een boek over de geschiedenis van deze bijzondere stoornissen (Beelden in de Mist, Erasmus publishing, Rotterdam). Hij schreef ook meer dan honderd artikelen over neurologie, psychiatrie, farmacologie, acupunctuur en filosofie.
Vele jaren werkte hij als internationaal onderzoeksdirecteur en vice-president bij een groot geneesmiddelenconcern (Bayer) aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor psychiatrische aandoeningen zoals depressies, schizofrenie, angsten, en voor neurologische aandoeningen zoals het cerebrovasculair accident (beroerte), MS, polyneuropathie en hersenletsel.
Hij was directeur van een kennisinstelling (Licentec) en van het AIDS onderzoeksinstituut van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (IATEC) en adviseerde enkele jaren de KNAW op het gebied van wetenschapsmanagement. In 1996 werd hij benoemd als hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Daarnaast is hij consulent voor R&D in verband met geneesmiddelenontwikkeling en biotechnologie voor investeerders en universitaire kennisinstellingen. Hij werkt als coach en trainer voor executives.
Hij heeft diverse nevenfuncties, waaronder redacteur van een internationaal psychofarmacologisch tijdschrift en van Complementary Therapies in Medicine. Tevens is hij voorzitter van de wetenschapscommissie van de Nederlandse Artsen Acupuncturisten vereniging (NAAV). Hij is lid van de Commissie Complementaire Behandelvormen van ZonMW die het ministerie van WVC adviseert over onderzoek en onderwijs op dit gebied. Hij is docent aan het Interuniversitaire Comenius leergang.

